

DE GESCHIEDENIS (vervolg)
Aan de bewoners van de Walstraat werd gevraagd te helpen bij het afgraven van deze grond en die van de drooggevallen grachtbedding tot één geheel. Wie daartoe bereid was, kreeg het afgegraven stuk grond als tuin toegewezen. Wie dat niet wilde moest er genoegen mee blijven nemen, dat het stuk achter de gesloopte muur hoger lag dan dat van de droge bedding. Daardoor ontstond een in of meer blijvende situatie: aan het begin van de straat (Brinkzijde) hebben de huizen een ophoging met een trapje om in de tuin te komen. Verderop hebben de huizen bijzonder grote tuinen.
Voordat de Walstraat halverwege de vijftiende eeuw die naam kreeg, spraken de mensen van "de straat die van de Brinkpoort naar het Prioraat loopt".
Het Prioraat was de woning van de pastoor van de Bergkerk, aan het einde van de Walstraat.